2. Politieke gevolgen van de Grote Depressie
Naast de sociale gevolgen van de Grote Depressie waren er politieke gevolgen. Deze gingen het verst in Duitsland, waar de Grote Depressie de ondemocratische politieke partijen een zet in de rug gaf. De jonge Duitse democratie had in de jaren ’20 al een hyperinflatie meegemaakt, waardoor deze nieuwe crisis al snel werd geïnterpreteerd als het definitieve bewijs van de onmacht van een parlementaire democratie om slagvaardig problemen aan te pakken.
In de onderstaande tabel is de groei van de Nationaal-Socialistische NSDAP (de partij van Hitler) en de Communistische KDP tijdens de Grote Depressie te zien. Vanaf 1932 hadden deze twee ondemocratische partijen samen een meerderheid aan zetels in het parlement. Middels haar deelname aan de regering greep de NSDAP in 1933 uiteindelijk de macht.
|
|
5-1928 |
9-1930 |
7-1932 |
11-1932 |
3-1933 |
|
Zetels NSDAP |
12 |
107 |
230 |
196 |
288 |
|
Zetels KDP |
54 |
77 |
89 |
100 |
81 |
|
Totaal parlement |
491 |
577 |
608 |
584 |
647 |

Hitler in 1933
In landen met een langere democratische traditie werd de Grote Depressie vooral geïnterpreteerd als het falen van het kapitalisme. Voortaan zou het kapitalisme bijgestuurd moeten worden om te voorkomen dat recessies uit de hand zouden lopen. De econoom John Maynard Keynes kwam in 1936 met een boek uit, waarin hij aangaf hoe dat zou moeten gebeuren.
Terug naar het vorige onderdeel / Verder naar het volgende onderdeel