8. Nawoord: Kan het opnieuw gebeuren?

Terugkijkend op de Grote Depressie kunnen we concluderen dat de gevolgen ervan dramatisch waren. Niet alleen waren er de directe gevolgen in de vorm van de werkloosheid en armoede van de jaren '30; tevens speelde de Grote Depressie een doorslaggevende rol in de opkomst van het nationaal-socialisme en daarmee in de totstandkoming van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.

De Grote Depressie illustreert zodoende het belang van het vak economie - mits deskundig onderwezen uiteraard. Het was immers het ondoordachte economische beleid waaraan de depressie kon worden toegeschreven. Eerst waren het de centrale banken van de VS en Europa die door de binnenlandse geldhoeveelheden te vergroten een zeepbel voedde op hun financiële markten en in hun economieën; daarna ging het bemoeizuchtige crisisbeleid van de regeringen tegen dat deze zeepbel vlot geliquideerd kon worden en dat de winstgevendheid, de productie, en de werkgelegenheid zich konden herstellen.
 

Een deskundige docent en geïnteresseerde studenten
aan het Ludwig von Mises Institute

Recente zeepbellen
Na de Grote Depressie hebben centrale banken en nationale regeringen niet meer op dezelfde schaal geblunderd als toen het geval was. Maar fout ging en gaat het nog altijd vaak genoeg. Zo leidde de gebrekkige Keynesiaanse theorie tot een economisch beleid in het Westen waarbij het uiteenspatten van een zeepbel telkens bestreden werd met het voedden van een nieuwe, nog grotere, zeepbel. Het uiteindelijke effect was een twee-cijferige inflatie in de jaren '70 en een hevige recessie aan het begin van de jaren '80, die landen dwong tot enorme bezuinigingsrondes in de overheidsfinanciën. In diezelfde jaren '80 voedde de geldpers in Japan een zeepbel die aan het einde van dat decennium uiteenspatte en de economie achterliet in een lange recessie. Doordat opeenvolgende Japanse regeringen op een Hoover/Roosevelt-achtige manier niet toestonden dat onwinstgevende activiteiten geliquideerd werden, waren uiteindelijk zelfs de gehele jaren '90 voor dat land een verloren decennium.

Zuidoost Azië was het volgende slachtoffer van een zeepbel. Tot overmaat van ramp werd het bijgedrukte geld daar nog wel eens toegestopt aan de zakenvriendjes van de politieke machthebbers, die meestal niet de meest succesvolle ondernemers bleken te zijn. Aldus legde de Zuidoost Aziatische crisis in 1998 niet alleen het bestaan van de zeepbel bloot maar ook de corruptie die ermee was samengegaan.

Aan het begin van het nieuwe millennium waren de VS en Europa weer aan de beurt, nadat zij hun financiële markten in de tweede helft van de jaren '90 overspoelt hadden met bijgedrukt geld. Ook mensen zonder enig verstand van zaken werden nu, net als in de jaren '20, door de zeepbel verleid om hun geld op de aandelenmarkt te investeren. Deze mensen stonden ineens met lege handen toen bleek dat de nieuwe bedrijven waarin zij hadden geïnvesteerd hun beloften niet waar konden maken en er soms ook niet altijd even nette financiële praktijken op hadden nagehouden. 

De grote illusie
Op de vraag of een herhaling van de Grote Depressie mogelijk is, kan gezien de bovenstaande vogelvlucht door de recente geschiedenis, dus niet zonder meer 'nee' geantwoord worden. Zeepbellen en de er op volgende economische crises zijn nog aan de orde van de dag. Dit komt vooral doordat centrale bankiers het idee hebben dat zij de economie kunnen stimuleren en manipuleren zonder daarbij negatieve bijwerkingen te genereren. 
Dit idee is een uitvloeisel van de Keynesiaanse theorie en van de maakbaarheidfilosofie van de jaren '60 en '70, waarbij die Keynesiaanse theorie zo goed aansloot. In deze belevingswereld van centrale bankiers en andere beleidsmakers is de economie - in realiteit een gecompliceerd geheel van miljoenen met elkaar handelende individuen - een machine die ze kunnen laten doen wat zij willen door simpelweg aan een paar knoppen te draaien zoals de geldhoeveelheid, de overheidsuitgaven, of de belastingen. Deze illusie kunnen beleidsmakers op de een of andere manier maar niet los laten - ondanks de periodieke reality check in de vorm van crises in de economie of in de overheidsfinanciën als de geprojecteerde uitkomsten van het beleid weer eens niet uitkomen. 

Gelukkig is het wel zo dat de mate van tegenwerking die de economie ten tijde van de Grote Depressie ontving sindsdien nog altijd ongeëvenaard is en ook niet gauw meer zal voorkomen. Vanuit dat oogpunt is een herhaling van de Grote Depressie in ieder geval niet waarschijnlijk. Maar dat er in de politiek, in de media en zelfs in de schoolboeken nog altijd populistische geluiden te horen zijn, die vragen om een Roosevelt-achtige inmenging met de economie ten tijde van recessies, is een niet makkelijk te negeren herinnering dat we voortdurend op onze hoede moeten blijven.

Eén van de vele populisten in Den Haag

 

Terug naar het vorige onderdeel / terug naar de inleiding